Schaamte – beschreven op deze webpagina – genereert kwaadheid: we worden bedreigd in ons bestaan omdat een primaire levensbehoefte wordt aangetast: geborgenheid. Die agressie wor­dt ook tast­baar en zal – wanneer dit mogelijk is – naar ‘buiten’ gericht zijn, op de ander of de anderen. Schaam­te­gevoelens motiveren ‘to strike back or lash out at others’, zoals de psychologen June Tangney en Ronda Dearing het kort en krachtig samenvatten. Be­schaming is zo pijnlijk en be­­drei­gend dat de aanval de beste verdediging wordt. Agressie wordt dan on­vermij­delijk ervaren als ge­recht­vaardigd door de pijn die de beschaming te­weeg­brengt.
Agressie zorgt voor een ge­voel dat de aangetaste eigen­waar­de en het ervaren onrecht enigszins worden hersteld en dat gezichtsverlies enigermate wordt gecompenseerd. Op z’n minst geeft het mensen het gevoel weer enige controle terug te krijgen en dient het als waarschuwing dat we ons niet nogmaals zullen laten vernederen.

schaamtelozen.nl - brownish 025 - foto Aart G. BroekBRANDSTOF / Niet alleen uit de therapeutische praktijk is de sterke band tussen ‘schaamte’ en ‘agressie’ tastbaar geworden. Wel zo belangrijk is het gegeven dat experimenteel onderzoek de verbin­ding inmid­dels onomstotelijk heeft vastgesteld. In een serie van complexe experimenten hebben Jean Twenge en haar collega’s moeten constateren dat beschaming de directe oorzaak van agressief gedrag blijkt te kunnen zijn: ‘[T]hese manipulations of social exclusion con­sistently pro­duced large and po­werful increases in aggression.’
Agressie wordt vooral gevoed wanneer deze afwijzing niet alleen de geborgenheid van iemand onder­mijnt, maar ook het duurzame karak­ter ervan dreigt aan te tasten. Experimenten waren toereikend om krachtige respons op te roepen. Als een laboratoriumsituatie al zo­ veel agressie weet voort te brengen, dan mag het niet verbazen, zo benadrukken Twenge en haar team met enige be­zorgdheid, dat bescha­ming búí­ten het labo­ra­to­rium tot wrede, ge­welddadige en zelfs dodelijke reacties kan leiden: ‘lethally violent re­acti­ons’.

Wanneer deze ‘piket­paaltjes’ in het spel zijn gaan we door het lint – daartoe hoef je niet per se tot de Marokkaans-Berberse, Japanse of Afro-Curaçaose cultuur te behoren, maar hoef je slechts mens te zijn. We kunnen niet zonder duurzame ge­borgenheid; wanneer die wordt bedreigd dan halen we uit, zeker als we een persoonlijke geschiedenis van schaamte-ervaringen hebben opgelopen. Met het onderzoek kon tevens worden vastgesteld dat die agressie niet ge­richt hoeft te zijn op de beschamende actor maar wil­lekeurig slacht­offers maakt. De be­schamende actor is tenslotte lang niet al­tijd bereikbaar of zonder meer nauwkeurig benoembaar, en soms gewoon veel machtiger. Van het werk verschuift agressie zo meer dan eens naar het thuisfront of vice versa.

schaamtelozen.nl - brownish 009 - foto Aart G. BroekEGOCENTRISCH / Wie het slachtoffer van enigerlei beschaming van langdurige aard is, wordt doorgaans ook niet meer door reguliere vormen van empathie aangestuurd: het vermogen zich te verplaatsen in de beleving van anderen en daarmee rekening te houden. In een door schaamte gestuurd gevoelshuishouden is per definitie geen of weinig ruimte voor empathie en voor begripvol handelen ten overstaan van anderen. Het een en ander ligt ook voor de hand. Schaamte maakt het fei­telijk onmoge­lijk om zich nog druk te maken om de ge­voe­lens van een an­der. Schaamte zorgt voor egocentrisch handelen, opdat alle aan­dacht ge­richt kan worden op het voorkomen of het herstel van de eigen emotionele pijn.
Kortom, schaamte vermagert het ver­mogen tot empathisch handelen, vergroot wantrouwen, ondermijnt verantwoordelijkheidszin, sloopt het ver­mo­gen om zich schuldig te voelen, om zich überhaupt om anderen te bekom­meren. Schaamte vergemakkelijkt zodoende agressief handelen. In het algemeen onder­mijnen schaamte-ervaringen het sociaal en persoonlijk verantwoorde gedrag van de beschaamde naar zijn omgeving.

GELOOCHENDE SCHAAMTE / Terugslaan of uithalen naar een willekeurige ander blijkt vooral plaats te vinden wanneer schaam­te, om wat voor reden dan ook, niet wordt onderkend of zelfs nadrukkelijk in alle toonaarden wordt óntkend. Dit noemen we geloo­chende schaamte (un­acknowledged shame).
Signalen van dergelijke gesluierde schaamte-ervaringen kunnen begeleid worden door uitspraken als: ‘Wij herkennen ons niet in het getekende beeld’ of ‘Geen problemen met kritiek, maar ik heb wel veel moeite met de toon waarop ik word aangesproken: c’est le ton qui fait la musique’ of ‘Zand erover, laten we het wederzijds vertrouwen bevestigen’. Evenzovele woorden om stilzwijgen te bevorderen en de aangelegenheid in de doofpot te laten verdwijnen – waarover deze webpagina. Juist dit loochenen van schaamte blijkt een uiterst vruchtbare voe­dings­bo­dem voor agressief han­delen: smeulend vuur in hoogveen.

schaamtelozen.nl - blueish 014 - foto Aart G. BroekWaar schaamte wél expliciet en openlijk wordt on­derkend, is in principe de voor­waarde aanwezig om de on­ver­­­mijdelijk op­ko­mende woede te stroomlijnen. Dan ontstaat er ruimte voor een vreedzaam her­stel van de beschaamde relatie. Zonder een dergelijke expliciete onderkenning is een duurzaam herstel nauwelijks te realiseren. Ieder trekt zich dan terug in de eigen burcht. ‘Denying and dis­guising shame walls off persons from each other’, stellen Thomas Scheff en Suzanne Retz­inger, en zij bepleiten dan ook openheid. Dit is gemakkelijker gezegd dan gerealiseerd. Schaamte is schaamtevol: het blijkt een inspanning om een schaamte-ervaring als zodanig te onderkennen, zeker ten overstaan van degene die de beschaming veroorzaakte. In eerste instantie wordt de vernedering als zodanig opnieuw en minstens zo intens beleefd. De dreiging opnieuw vernederd te worden is aanzienlijk, juist ook omdat omdat de kritiek die eraan ten grondslag ligt, gerechtvaardigd kan zijn.

De soci­ologen Scheff en Ret­zinger beschreven als eersten, in 1991, dat het niet on­der­kennen van schaam­te een on­ver­mengde voorwaarde voor agressie is en herstel van relaties feitelijk onmogelijk maakt. Juist in geloo­chende staat krijgt schaamte de extreem geweldda­dige uitings­vor­men zoals we die tegenkomen bij zelfmoordterroristen uit de islamitische wereld, bij de dodelijke ‘gezinsdrama’s’ in Nederland en bij de zogeheten ‘school shootings’ in de Verenigde Staten. Sinds het verschijnen van de studie van Scheff en Retzinger is uit het wetenschappelijk onderzoek zonder meer duide­lijk gewor­den dat er een causaal verband bestaat tussen (geloochende) schaamte en geweld. Het heeft stellig niet meer het hypothetische karakter dat het ruim vijfentwintig jaar geleden had.

schaamtelozen.nl - greyish 005 - foto Aart G. BroekVOORZICHTIG / Bepaalde persoonlijkheidskenmerken (zoals narcisme of borderline), het intelligentiequotiënt, genderen sekseverschillen en machtsverhoudingen verscherpen de mate van agressie of werken juist verzach­tend. Door deze aspecten verdwijnt de diepe angst voor beschaming echter niet en de geconsta­teer­de relatie tussen schaam­­te en agressie wordt níét gelogenstraft.
De evolutionaire geschiedenis van de seksuele wedijver tussen mannen en vrouwen lijkt er mede voor gezorgd te hebben dat mannen eerder geneigd zijn om hun toevlucht tot (fysieke) agressie te ne­men dan vrouwen. Zij lijken eerder tot ‘voorkómend’ handelen geneigd, ook wanneer de machtspositie dit niet per se vereist. Hiermee is niet gezegd dat beschaming van vrouwen geen agressie genereert. Integendeel, de uiting ervan blijkt echter minder explosief naar buiten gericht. De mannelijke agressie zal vooral op een of meerdere andere mannen zijn ge­richt, waarvoor de nodige evolutionaire verklaringen voorhanden zijn. In de (bedrijfs)praktijk van alledag regeren dergelijke ‘oerdriften’ nog steeds, ook al beteugelen geïnternaliseerde sociaal-emotionele gedragscodes, wetgeving en welvaart ons in sterke mate.

Mogelijk onder invloed van een wat beter ontwikkeld empathisch vermogen ‒ met in het kielzog: schuld­gevoelens ‒ kan schaamtegestuurde agressie bij (jonge) vrouwen zich vooral richten op zichzelf. Bepaalde eetstoornissen en vormen van zelfmutilatie zouden hier voorbeelden van kunnen zijn. Voorzichtigheid in het trekken van conclusies blijkt steeds weer geboden. Zo voedt een hoge of juist lage eigenwaarde de schaamtebeleving anders dan we mogelijk in eerste instantie denken.
Het is niet zo dat een lage eigenwaarde of minderwaardigheids­ge­voe­­lens zonder meer aanzetten tot het sneller of heftiger ervaren van beschaming. Eerder het tegen­over­gestelde is het geval. Een ‘kort lontje’ blijkt meer dan eens juist typerend voor personen die nauwelijks genoodzaakt zijn geweest om rekening met anderen te houden: juist zíj voelen zich al beledigd door het minste aan kritiek, menen snel gekleineerd te zijn en zijn zodoende even zo snel geneigd om agressief uit te halen.

schaamtelozen.nl - yellowish 012 - foto Aart G. BroekDe last van een schaamtevol verleden en de agressieve consequenties ervan zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar de verbinding is niet zonder meer eenduidig. Ook ‘de last van het verleden’ en de ‘agressieve uitingen’ als zodanig kennen een opmerkelijke diversiteit. In wezen is de verbinding echter onweerlegbaar, met de opeenstapeling van schaamte-ervaringen als brandstof en agressie als het uitslaande vuur.


Deze beschouwing is gebaseerd op De terreur van schaamte (Haarlem: In de Knipscheer, 2015 [2007]), waarin ook bronverantwoording. Ook in Schaamrood de nodige beschouwingen over de agressieve reikwijdte van schaamte.

Voor mogelijkheden voor hulpverlening om te reageren op door schaamte aangestuurd gedrag en handelen, zie onze webpagina’s Verhaal halen’ en Agressiebeheer & Veiligheid‘.

 

 

 

 

 

 

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial